Pas transitievergoeding betalen bij vragen werknemers?

Pas transitievergoeding betalen bij vragen werknemers?

Pas transitievergoeding betalen bij vragen werknemers?

Pas transitievergoeding betalen bij vragen werknemers?

Pas transitievergoeding betalen bij vragen werknemers? 

Mag een werkgever wachten met het betalen van een transitievergoeding om zo de wettelijke vervaltermijn voor het opeisen van de transitievergoeding te laten verstrijken? Het Hof in Den Haag was daarover in onderstaande zaak heel duidelijk: het is onaanvaardbaar en in strijd met goed werkgeverschap als werkgevers zich zo opstellen.

Betaling transitievergoeding

In 2015 informeert een werkgever zijn werknemer over het feit dat er na 104 weken arbeidsongeschiktheid een ontslagvergunning voor hem zal worden aangevraagd. De werkgever geeft aan dat na de verkregen toestemming de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de opzegtermijn wordt beëindigd en dat een eindafrekening wordt opgemaakt van openstaande verlofuren, vakantiegeld en de transitievergoeding. Na toestemming van het UWV staat er in de ontslagbrief en op de eindafrekening niets over de transitievergoeding. Wanneer de werknemer meerdere malen schriftelijk informeert naar de uitbetaling bij de werkgever, komt er lange tijd geen reactie.

Verstrijken wettelijke vervaltermijn

Pas als de wettelijke vervaltermijn voor het opeisen van de transitievergoeding is verstreken, reageert de werkgever. Als reden voor het niet-betalen van de transitievergoeding wordt door de werkgever het verstrijken van de wettelijke vervaltermijn aangedragen. De werknemer stapt naar de kantonrechter en die oordeelt dat ‘als werkgever in een brief toezegt dat er aan het einde van het dienstverband een transitievergoeding wordt uitbetaald, dat werknemer daar dan op mag rekenen.’ De kantonrechter veroordeelt de werkgever alsnog tot uitbetaling van de transitievergoeding.

Recht op vergoeding

De werkgever gaat in hoger beroep en voert aan dat de werknemer genoeg tijd heeft gehad om de (uitbetaling van de) transitievergoeding in rechte af te dwingen. Er zaten namelijk negen maanden tussen de opzeggingsbrief en de vervaltermijn. Het Hof oordeelt, dat er geen onduidelijkheid bestaat over het recht op de vergoeding. In de ontslagbrief heeft de werkgever het uitbetalen van de vergoeding in het vooruitzicht gesteld. De werknemer hoefde er geen rekening mee te houden dat zijn werkgever de vergoeding niet zou uitbetalen en dat hij de vergoeding bij de rechter moest claimen. Werkgever heeft bewust gewacht met reageren op vragen van de werknemer over de transitievergoeding tot de vervaltermijn was verstreken.

Goed werkgeverschap

Bij de werkgever was kennelijk het bedrijfsbeleid om bij het einde van een dienstverband de transitievergoeding niet -uit eigen beweging- te betalen en af te wachten of de ex-werknemer naar de rechter stapt om aanspraak maken. Het Hof vindt dit in strijd met goed werkgeverschap. Het uitbetalen van de transitievergoeding maakt onderdeel uit van de zorgplicht van werkgever naar een werknemer die is ontslagen. De vervaltermijn is niet bedoeld om te bekijken of de termijn verstrijkt, zodat een werkgever geen transitievergoeding hoeft te betalen. Het is bedoeld om onenigheid over de transitievergoeding snel op te lossen.

Geschreven door

Nienke Lemmink

Senior manager legal services

Scroll naar top